Posts tonen met het label emotie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label emotie. Alle posts tonen

dinsdag 29 december 2015

Een strop om half tien

Het is woensdagavond half zeven. De woonkamer is rustig. We hebben net een stevige portie bami naar binnen gelepeld, vergezeld van wat kroepoek en stukjes atjar pangang. Het eten hier is niet per se goed, maar de eenpansgerechten zijn eigenlijk altijd wel geslaagd. Een paar mensen zitten op hun kamer of zijn buiten de deur. Ik zit in de woonkamer met groepsgenoot Cindy, die nog met haar bami bezig is, en een ander meisje, Els, zit op de bank televisie te kijken. Er hangt een aangename stilte en de sfeer is redelijk tevreden.

Plotseling horen we vanuit de hal een hels kabaal. Iemand verheft haar stem, maar we kunnen niet horen wat er gezegd wordt. Een mannenstem bromt er wat doorheen. Dan de vrouw weer, schel en boos. Onze aanwezige verpleegkundige, Lisette, die op redelijke toon iets voor ons onverstaanbaars zegt. De man weer. En dan het geschreeuw van de vrouw.

Waarschuwing: kan triggerend zijn op het gebied van zelfmoordgedachten. Niet lezen als je daar gevoelig voor bent. Stay safe!

maandag 21 december 2015

Doelen en middelen

In de kliniek mogen we ieder weekend met verlof. Je mag maar één nacht wegblijven, maar je mag wel weg. Aangezien ik op woensdagavond aangekomen ben, zou ik op zaterdagochtend alweer met verlof mogen. Ik heb er even over nagedacht en besloten om dat niet te doen. Eerst maar eens wennen aan de kliniek, de omgeving, het ritme, het bed en alle dingen eromheen. Mijn persoonlijk begeleider Lisette (iedere opgenomen bewoner heeft een aanspreekpunt bij de verpleging, dat is je persoonlijk begeleider of pb'er) werkt in het weekend ook en heeft een afspraak met me gemaakt.

Als je in de kliniek bent, moet je namelijk een zogenaamd herstelplan maken. Daarin leg je de doelen vast waar je tijdens je behandeling aan wilt werken. Die doelen moet je opstellen met je pb'er, in mijn geval Lisette. Ze is jong, blond en straalt uit al haar porieën liefdevol vertrouwen. Ik ben wel blij met haar. Dus op zaterdagmiddag pakken we een schrijfblok, zoeken we een tafel en gaan we praten over wat ik nou eigenlijk uit deze opname wil halen.

vrijdag 11 december 2015

Opname: Sofie naar de kliniek

Het hele weekend heb ik als een soort nerveuze bal zenuwen door de wereld gerold. De hele tijd word ik geteisterd door vragen als 'Wat nou als ze me niet willen hebben in de kliniek? Wat nou als ze zeggen dat ze het niet nodig vinden dat ik kom? Wat moet ik dan? Ik kan medicatie niet in mijn eentje gaan doen. Als ze me dit alleen gaan laten doen...' Die gedachte kon ik maar beter niet verder volgen.

Op dinsdag zit ik poepnerveus al vroeg in de wachtkamer. Vincent komt me halen, neemt me mee naar zijn spreekkamer en valt daar maar meteen met de deur in huis. 'Ik heb contact gehad met de kliniek en ze hebben plek voor je.'

dinsdag 8 december 2015

Het zware geschut

Zodra ik voelde dat ik in fase 4 aangekomen was, wist ik dat het tijd was om aan de bel te trekken. Ik had met Vincent afgesproken dat ik het zou laten weten als het zover zou komen. Dan zouden we kijken wat er moest gebeuren, maar waarschijnlijk een opname. Dus op donderdag, toen ik weer groepstherapie had, nam ik hem in de pauze apart. 'Het gaat niet goed. Ik denk dat ik in fase 4 zit.' Vincent keek me serieus aan. 'Waarom denk je dat?' Ik slikte. 'Ik zie overal mogelijkheden. Ik zie niet meer een flat, een bus, een boom. Ik zie kansen.' Vincent knikte. 'Goed. Nu hebben we weinig tijd, maar ik wil dat je zo snel mogelijk bij me langskomt om dit verder te bespreken. Ik heb morgenmiddag nog een gaatje.'

De volgende dag ging ik dus naar de GGZ voor een noodgesprek met Vincent en ik had geen idee wat ik kon verwachten. Ik wist alleen dat het zo niet langer door kon gaan. Vertel me maar wat we moeten doen.

zondag 6 december 2015

Stralend

Ik leefde mijn depressieve leven en was er een beetje aan gewend geraakt. Elke week ging het slechter, soit. De vier keer per dag wandelen waren een enorme uitdaging, goed dan. Ik had me erbij neergelegd dat het nu zo ging en had besloten door te kachelen tot ik me weer wat beter ging voelen. Dat zou vanzelf wel een keer gebeuren. Tot die tijd ging ik naar therapie, probeerde ik wat bezig te blijven en zat ik het maar zo'n beetje uit.

En toen ging ik op maandagavond slapen, depressief als altijd. En bij het wakker worden was er licht.

woensdag 11 november 2015

Niemand wil het weten

Omdat ik studievertraging op ga lopen, ben ik bezig met een aanvraag voor extra studiefinanciering. Voor die aanvraag moet ik een formulier door een arts laten tekenen. Dus maakte ik een afspraak met mijn huisarts en kreeg aan de telefoon te horen dat ik niet op tijd bij mijn eigen huisarts terecht kon. Ze kon me er wel tussen schuiven bij een andere arts in de praktijk. Ik heb die man al vaker gezien en ik vind het een beetje een flapdrol, maar het invullen van een formulier wilde ik hem wel toevertrouwen. Vooral omdat hij 100% van de nodige informatie in mijn dossier kon vinden.

Toen ik daar zat en uitlegde wat ik wilde, was het inderdaad snel geregeld. Hij pakte de pen, vulde zijn gegevens in, zette echtheidsstempels en zijn handtekening en gaf het formulier terug. Toen ik zijn hand schudde bij het weggaan, zei hij: 'Gaat wel goed verder toch?' Ik keek hem een moment verbaasd aan. Vriend, ik heb je net verteld dat ik studievertraging oploop vanwege een zware depressie en een eetstoornis, hoe DENK je dat het met me gaat? Dus ik zei: 'Euh. Nou ja. We werken eraan, zal ik maar zeggen.' 'Goed zo,' zei hij, en bonjourde me vriendelijk maar resoluut de onderzoekskamer uit.

Het was er weer een. Een beleefdheidsvrager.

maandag 9 november 2015

To pill or not to pill

Ik hou niet van pillen. Nooit gedaan ook. Misschien heb ik dat van huis uit meegekregen, mijn moeder leerde ons vroeger aan dat je alleen een aspirientje mocht pakken als je écht veel pijn had en door moest. Dat is een regel die ik aangehouden heb in mijn verdere leven en die ik nu ook nog nakom. Als ik iets op kan lossen met rust houden of een dutje doen, dan zal ik altijd voor die optie kiezen. Ik slik eigenlijk alleen pijnstillers als ik een zware griep of heftige menstruatiepijn heb (daar heb ik ook speciale pijnstillers van de dokter voor). Als ik seks met mannen zou hebben, zou ik een andere anticonceptievorm kiezen dan de pil/een spiraaltje/implanon/iets anders hormonaals. En hoewel ik vanwege mijn astma in aanmerking kom voor de jaarlijkse griepprik, heb ik hem nog nooit gehaald. Ik hou gewoon niet van meuk in mijn lichaam die er niet hoort.

Tot nu toe heb ik dus ook nog nooit een slaappil of een antidepressivum geslikt. Maar ik ben bang dat dit een gesprek is dat ik toch zal moeten gaan voeren.

zaterdag 7 november 2015

Een vrije val

De afgelopen jaren heb ik twee verschillende studies gevolgd, mezelf bij een leuk medium opgewerkt van op de "ranglijst", ben ik PR-coördinator van een vereniging geweest, heb ik bij diverse online media als redacteur bijgedragen, heb ik toneel gespeeld, zang- en kickboksles gehad (niet tegelijkertijd) en twee verschillende baantjes gehad. Dat allemaal naast het runnen van mijn eenpersoonshuishouden en het onderhouden van mijn sociale leven en mijn relatie. Regelmatig vroeg mijn moeder: 'Doe je eigenlijk ook weleens gewoon een uurtje niks?' En dan zei ik 'Ja hoor! Soms.' terwijl ik eigenlijk dacht 'Nee, moet dat dan? Dit werkt toch ook?'

Al zolang als ik me kan herinneren, heb ik één strategie bij leed, stress, emotie en andersoortige negativiteit: heel snel doorlopen. Niet achterom kijken. Ik werkte al mijn issues en gedonder letterlijk weg door mezelf te begraven in een hoop dingen die ik moest doen. Dat is al jaren een probleem, maar nu ik ermee gestopt ben, merk ik pas hóé groot precies.

dinsdag 3 november 2015

Ode aan mijn vriendin

Het leven als persoon met een depressie/een eetstoornis/allebei is ontzettend zwaar. Als ik dat zo opschrijf, klinkt het megaheftig en theatraal, maar het is ook gewoon waar. Ik sta hier vaak niet te lang bij stil, omdat het een pijnlijk besef is. Maar op sommige dagen wanneer het heel slecht gaat, zoals nu, realiseer ik het me eens te meer. Het is verschrikkelijk zwaar om depressief te zijn.

Maar ik ben niet de enige betrokkenen in deze situatie. Het leven met een depressief/eetgestoord persoon is ook voor de mensen eromheen bepaald niet makkelijk. Ik heb al ruim drieënhalf jaar een relatie, en in die tijd heeft ze behoorlijk wat met me meegemaakt, ook voor ik depressief werd. En daar mag best weleens wat aandacht aan gegeven worden.

Daarom hier: een ode aan mijn vriendin.

dinsdag 6 oktober 2015

D-day: de diagnose

Na het invullen van ruim 250 vragen over ieder aspect van mijn persoonlijkheid en een twee uur durend gesprek met Vincent waarin een hoop vragen nog eens dunnetjes overgedaan werden, is het tijd voor het diagnosegesprek. Omdat ik tegenwoordig regelmatig in het therapiegebouw te vinden ben, heeft Vincent de diagnoseafspraak achter een andere afspraak weten te plannen. Voordeel: het bespaart me een extra ritje naar de GGZ. Nadeel: er zit ruim drie kwartier tussen de afspraken, en dus heb ik alle tijd om nerveus te worden in de wachtkamer. Ik wiebel met mijn tenen, speel eindeloze potjes Patience op mijn telefoon, probeer een paar pagina's te lezen en staar uit het raam tot Vincent me komt halen.

In zijn kamertje gaan we tegenover elkaar zitten. Ik voel dat mijn wangen rood en warm zijn. 'Zal ik dan maar meteen met de deur in huis vallen?' vraagt Vincent. Daar hoopte ik al op, dus ik knik en ik wacht op het vonnis. Dat blijft uit: 'Ik ben er nog niet helemaal uit.'

zaterdag 3 oktober 2015

250 stellingen

En dan had ik ook nog die arm die een been bleek te zijn: de mogelijke persoonlijkheidsstoornis. Elise en Vincent gingen in stevig overleg met elkaar over wie het brein van Sofie uit zou gaan spoelen. De bal kwam bij Vincent te liggen. Gewapend met twee dikke vragenlijsten en een heleboel gesprekstijd stapte hij mijn hersenpan binnen.

Hij liet me eerst een kleine 250 stellingen met ja of nee beantwoorden. En omdat lijstjes van papier zijn en mensen niet, gingen we daar vervolgens héél uitgebreid over praten.

maandag 14 september 2015

Tranentijd

Er is niemand die het ontzettend fijn en gezellig vindt om een potje te gaan zitten janken. Ik ben daar de overtreffende trap van. Ik haat het als ik moet huilen. Mijn hele gezicht wordt rood, mijn mond vertrekt, negen van de tien keer sijpelt er wat snot uit mijn neus en ik zie er gewoon niet uit. Mijn keel gaat er pijn van doen, ik raak regelmatig een lens kwijt en mijn ogen voelen nog uren alsof ik er met een vinger in heb zitten prikken. Het liefst huilde ik helemaal nooit, maar dat is geen doen. Dus heb ik er een levensmissie van gemaakt dat zo min mogelijk mensen me zien huilen.

Tot nu toe werkte dat best. De mensen die het dichtst bij me staan, zoals mijn moeder, mijn beste vriendin en mijn lief, hebben me natuurlijk weleens zien huilen. Maar de hoeveelheid mensen buiten die kring viel op één hand te tellen. Dat had ik graag zo willen houden. Maar als je in therapie gaat, veranderen de regels.

donderdag 10 september 2015

Een kleine dood

Al zolang als ik me kan herinneren, wil ik dood. Mijn eerste zelfmoordpoging deed ik toen ik twaalf was. Ik was te naïef om het goed te doen: mama zei altijd dat je niet meer dan twee Ibuprofennetjes mocht nemen, dus als ik een hele strip slikte, ging ik vast dood! Dat gebeurde natuurlijk niet. Ik was een hele dag kotsmisselijk, maakte mijn moeder wijs dat het een opkomend griepje was en bleef opgerold in bed.

Nu moet ik er een beetje om lachen, maar het is een wrange lach. Want een meisje van twaalf dat liever dood wil zijn, daar is helemaal niets grappigs aan. En een meisje van tweeëntwintig dat nog steeds hetzelfde wil, evenmin.

Waarschuwing: dit bericht kan als triggerend ervaren worden door mensen met zelfmoordgedachten. Stay safe!